Ben je niet meer samen met de ouder die gedupeerd is door de toeslagenaffaire? Dan heb je mogelijk recht op compensatie als ex-toeslagpartner. Daarvoor moet je aan een aantal wettelijke voorwaarden voldoen.
Bij de kinderopvangtoeslag vroeg doorgaans één ouder de toeslag aan. Als die ouder gedupeerd bleek, werd de compensatie aan die ouder toegekend. Dat betekende niet automatisch dat de andere ouder ook geld ontving, terwijl die de financiële gevolgen van de problemen vaak eveneens had ondervonden.
De ex-toeslagpartnerregeling is bedoeld om deze groep tegemoet te komen. Als je aan de voorwaarden voldoet, heb je recht op een bedrag van € 10.000. Daarnaast kun je ondersteuning krijgen van de gemeente, hulp bij schulden en hulp bij het aanvragen van aanvullende schadevergoeding.
Om in aanmerking te komen voor de ex-toeslagpartnerregeling moet je voldoen aan vier voorwaarden. De eerste drie voorwaarden zijn verplicht. Daarnaast moet je voldoen aan ten minste één van de twee alternatieve voorwaarden van de derde stap.
De ouder die de kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, moet door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) als gedupeerde zijn erkend. Het moet dus gaan om iemand die daadwerkelijk recht heeft gekregen op compensatie vanuit een herstelregeling voor de kinderopvangtoeslag.
Je was geen toeslagpartner meer op het moment dat gedupeerde ouder het bedrag van de Catshuisregeling kreeg uitbetaald.
Ook mag je niet zelf al compensatie hebben ontvangen vanuit een herstelregeling voor de kinderopvangtoeslag, zoals de Catshuisregeling en de compensatieregeling.
4a: je was toeslagpartner in een jaar waarvoor de gedupeerde ouder recht heeft op een herstelmaatregel en de kinderopvangtoeslag werd aangevraagd voor jouw eigen (pleeg)kind(eren).
4b: je was toeslagpartner toen de andere ouder de beschikking ontving waarmee hij of zij gedupeerd werd. Vervolgens moet je na die beschikking nog minimaal één jaar toeslagpartner zijn gebleven.
Je hoeft dus niet aan beide aanvullende voorwaarden te voldoen.
Je komt alleen in aanmerking voor partnercompensatie als je toeslagpartner was van de gedupeerde ouder tijdens de relevante periode van de problemen met de kinderopvangtoeslag Het begrip toeslagpartner wordt bepaald aan de hand van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Je hoeft dus niet per se getrouwd te zijn geweest. Ook ongehuwde samenwonenden, huisgenoten en familieleden kunnen toeslagpartner zijn geweest als zij aan de wettelijke voorwaarden voldeden, bijvoorbeeld op hetzelfde adres geregistreerd zijn met een kind van één van beiden.
In de praktijk ontstaat regelmatig discussie over de vraag of iemand wel als toeslagpartner kan worden aangemerkt als die registratie ontbreekt. De aanvraag voor compensatie wordt dan afgewezen omdat de betrokkene niet als toeslagpartner in de systemen van Dienst Toeslagen staat geregistreerd.
Dat is volgens mij niet zonder meer terecht. Of iemand toeslagpartner is, volgt uit de wettelijke criteria van de Awir. De registratie bij Dienst Toeslagen legt die situatie administratief vast, maar is niet hetzelfde als de wettelijke grondslag voor het toeslagpartnerschap. Het gaat om de juridische en feitelijke situatie in de relevante periode.
Stonden jij en de gedupeerde ouder bijvoorbeeld op hetzelfde adres ingeschreven en hadden jullie samen een kind? Dan kan uit de Basisregistratie Personen (BRP) blijken dat aan de wettelijke criteria voor toeslagpartnerschap werd voldaan. Dat is relevante informatie die bij de beoordeling moet worden betrokken.
Ik vind het moeilijk te verdedigen als een aanvraag wordt afgewezen omdat ouders zelf niet hebben doorgegeven dat zij toeslagpartner waren, terwijl de overheid over de relevante gegevens beschikte.
Het begrip toeslagpartner is een juridisch begrip. Het hangt niet uitsluitend af van wat ouders op een formulier hebben aangekruist of wat zij destijds zelf hebben onderkend. Als de objectieve gegevens aantonen dat aan de wettelijke criteria werd voldaan, moet worden beoordeeld of materieel sprake was van toeslagpartnerschap.
Daarbij is ook de bedoeling van de ex-toeslagpartnerregeling van belang. Het was vaak toevallig welke ouder de kinderopvangtoeslag had aangevraagd. De andere ouder kon als gezinslid de gevolgen van de problemen net zo goed ondervinden, bijvoorbeeld doordat die meebetaalde aan de opvangkosten of betrokken raakte bij schulden.
Juist die groep wil de wetgever met de regeling bereiken. Een onvolledige registratie mag daarom niet zonder meer in de weg staan aan compensatie als uit de officiële gegevens blijkt dat aan de wettelijke voorwaarden werd voldaan.
Is je aanvraag voor de ex-toeslagpartnerregeling afgewezen omdat je niet als toeslagpartner geregistreerd stond? Dan is het verstandig om de motivering van de afwijzing zorgvuldig te bekijken.
Controleer in het bijzonder of je in de relevante periode aan de criteria van de Awir voldeed. BRP-uittreksels, gegevens over de kinderen en andere officiële documenten kunnen daarbij van belang zijn. Vraag je af of de afwijzing werkelijk berust op het ontbreken van een wettelijke voorwaarde, of alleen op het ontbreken van een registratie.
Ook de precieze periode waarin je toeslagpartner was, kan bepalend zijn voor de vraag of je aan voorwaarde 4a of 4b voldoet.
Een ontbrekende toeslagregistratie hoeft dus niet het laatste woord te zijn. Als je meent dat je aan de wettelijke voorwaarden voldeed, kun je in bezwaar of beroep gaan en proberen dit toch voor elkaar te krijgen. Ik kan je daar bij helpen.

Wat gebeurt er als de FIOD op de stoep staat? Wat kun je het beste wel en niet doen?

Dit artikel beschrijft de verschillen tussen MijnHerstel en Stichting Gelijkwaardig Herstel

Elementen die maken dat een onjuiste aangifte wordt gezien als een strafbaar feit